Maandelijks archief: augustus 2010

van oeioei en van wormen

de zoon en de dochter staan keitjes te keilen (om het zo maar eens te zeggen)

ik roep (van ver) dat ze daarmee moeten stoppen (of toch allesinds op mijnen auto)

ze verleggen hun smijtterrein een kleine 40° maar blijven toch steentjes gooien

in slenter tot bij hen

en de dochter die net een volgend steentje opraapt ziet mij staan

“oeioei” zegt ze en ze laat geheel onopvallend het steentje terug vallen snokt een hand (nuja 2 handen) vol gras uit de grond en zwiert da in de lucht “gjas gooien” zegt ze er voor alle duidelijkheid bij.

Haar broer die mij nog niet heeft opgemerkt bekijkt haar een beetje vreemd maar gaat zelf lustig voort met steentjes keilen

“Ewel?” vraag ik uiteindelijk

hij verschiet een klein beetje maar herpakt zich razendsnel

“ah mama! tis wij wormen zoeken” legt hij uit

“ah zoeken jullie wormen?” speel ik het spel mee

“jaa” antwoorden ze in koor

” en waarom zoeken jullie wormen” wil ik toch graag weten

“om op ons hand te zetten hé mama” zegt den oudste snotaap

“waarom moet da op uw hand” wil ik weten

“omdat da kriebelt hé” zegt hij terwijl hij een kriebelbeweging op zijn handje maakt

“hebt gij al wormen op uw hand gehad da ge weet dat da kriebelt” vraag ik een beetje verbaast want tis teerste dak ervan hoor

“ah neen hé mama” zegt den oudste terwijl de middelste ernaast heftig haar hoofdje schud “daarom da wij ze zoeken hé”

ah ja… ik haddet kunnen weten hé

Advertenties

soms zijn ook andermans kinderen hilarisch

Uiteraard zijn mijn kinderen net dat tikkeltje grappiger, slimmer en mooier dan die van een ander. UI TE RAA…

wie mij wil tegenspreken kan mij contacteren op nummer 0477…

wat niet wegneemt dat ik mij gerust durf platleggen bij de capriolen van een ander zijn kinderen.

Wat ik vandaag in een niet nadergenoemde winkelketen in een niet nader genoemd buurland meemaakte maakte er mij attent op dat je als ouder nooit genoeg op je woorden kan passen.

setting:

ik sta aan de kassa aant schuiven (nu ja aan schuiven) ik stond zo een beetje te twijfelen welke aangename kassierster ik met mijn, al even aangename, aanwezigheid zou verblijden.

een jongentje vande leeftijd van mijn zoontje komt aangeschoten en remt brusk langs ze zijkant van mijn winkelkar, bijna IN mijn winkelkar.

Het kereltje heeft zo een blikke draaiding in zijn handjes (u weet wel zo iets dat uw kinderen alleen kado krijgen van mensen die een bloedhekel aan u hebben KELINGKELLLINGLING)

Ik werp een blik op de mensen aan het andere eind van de lopende band en denk “toe maar ventje spoei u ge kunt ze misschien nog overtuigen”

Het kereltje echter geeft lijk nen echte het blikken lawaaiding aan de kassierster

zij lacht hem stralend toe (en denkt waarschijnlijk ‘u ouders zijn zo de klos’)

zij scant het blikkenlawaaiding in en geeft hem terug aan de peuter, hij geeft hem verontwaardigt terug, zij trekt er het prijskaartje af en geeft hem weer en zegt ‘zo voor jou’

hij kijkt er even gefasineerd naar en gaat er als een speer vandoor.

de vrouw kijkt mij lichtelijk verbaast aan en er begint haar iets te dagen ‘hoort die niet biju?’ vraagt ze nog al lachend

‘euneen’ antwoord ik al was mijn verbaasde gezicht waarschijnlijk al een weggevertje

‘wel verdorie’ vloekt ze al bulderlachend ‘die is goed gevonden’ en ze gaat op zoek naar de kleine bandiet en laat mij verbouwereerd achter.

nog steeds lachend komt e terug ‘die is er vandoor natuurlijk’ hikt ze en al hoofdschuddend begint ze mijn boodschappen te scannen.

de les van vandaag: zeg niet alleen tegen uw kinderen als u zo onnozel bent geweest ze mee te nemen naar de winkel ‘neen dat moet je eerst aan de mevrouw van de kassa geven’ maar voeg er vanaf nu aan toe ‘en dan moet je dat betalen, met centjes’

want de kleine hollandse bandiet had het dus wel degelijk aan de mevrouw van de kasse gegeven

2 keer zelfs

en hij kreeg het terug

geef hem eens ongelijk

de kleine slimme lepigaard

we love gravity (not!)

de zoon-nummer-2 heeft proefondervindelijk de zwaartekracht ontdekt en hij is er niet bijzonder van onder den indruk, meer nog he is not amused.

goed het moge dan wel zo zijn dat de enige reden waarom hij mooi in zijn park blijft liggen het is OOK de enige reden dat, nu hij de zijwaardse rol heeft ontdekt, hij constant zijn tut kwijt is.

het zal u maar overkomen: ge ontdekt net dat ge zowaar mobiel zijt, ge kraait het uit van plezier en de zwaartekracht demt de feestvreugde door uw tut aan te trekken.

ge zou voor minder boos worden.

baby zijn tis verdomt zwaar

pijn daan

“mamaaah Ninke heeft mij pijn gedaan” trunt de zoon-nummer-1 terwijl hij mij zijn handje toont waar,deze keer, absoluut niets op te zien is.

“Wie heeft dat gedaan” vraag ik “NINKEUH” jankt hij

“en wa heeft ze dan gedaan?” vraag ik

“mij pijn daan” roept hij

ni helemaal wat ik bedoelde maar bon

“en waarom heeft ze jou pijn gedaan” probeer ik dan maar

“omda Ninke mij pijn daan heeft” snift hij

daarop komt de “dader” in beeld ze toont mij zielig haar handje en snift/snikt/snottert “PIJNDAAN”

‘en wie heeft jou pijn gedaan’ vraag ik weer eens

waarop de dochter zonder blikken of blozen antwoord ‘NINKEUHEUH”

Misschien toch nog even oefenen eer ze haar broer in de luren kan leggen

Borstschoenen

‘mamaah ik wil borstschoenen’ roept de zoon-nummer-1 enthousiast op de achterbank

‘watte?’ antwoord ik behoorlijk verbijstert

‘ik wil BORSTschoenen mama’ herhaalt hij met iets meer aandrang

en nu weet ik wel dat ik mijn kinderen niet veel kan weigeren maar ik zie mezelf toch nog niet op donkere maanloze nachten de straten van onze lieflijke stad afschuimen op zoek naar, niet al te vrijwillige slachtoffers om hun borsten te amputeren, om daarna op gure winteravonden terwijl ik met een oog naar de pappenheimers kijk daar schoentjes van te maken. Onmiddellijk erop bedenk ik mij dat ik door die weigering van de zoon-nummer-1 misschien wel een seriemoordenaar maak en dan alsnog op gure winteravonden terwijl ik … enzo.

“mamaahah ik wil BORSTSCHOENEN” zegt de zoon-nummer-1 half over zijn toeren omdat ik niet reageer

het duurt wel even voor mijn frank valt deze keer “ha sportschoenen”

“ja!” zegt te zoon enthousiast omdat ik hem eindelijk snap “om te borsten”

ik had het kunnen weten

de zoon zegt nl geen borsten neen die zegt worsten wat resulteert in volgende conversatie

“merlijn eet van mama haar worsten hé Ninke”

‘jah wosjten” herhaalt de dochter vol bewonderen

‘neen Ninke woRRRRRsten” verbetert hij “Merlijn eet van mama haar woRRRRRRRsten”

“jahaa wosjten’ bevestigd ze nog steeds met een blik vol bewondering

‘woRRRRRsten Ninke WORRRRRRSTEN’

‘Wosten’

‘ja flinke Ninke’

‘finke Ninke’

zo dat spraakprobleem hebben ze ook weer van de baan geholpen

van het leger, apothekers en K&G

Omdat de zoon-nummer-2 straks naar K&G mag en omdat ik zijn Rotarix vaccin nog niet heb spurt ik deze ochtend de apotheker binnen.

De vrouw bekijkt het briefje vraag “is da voor de jongste?” , ‘huhu’ knik ik en vraag mij af voor wie het anders zou kunnen wezen, zij daarintegen schiet in de lach en zegt “allé ze recruteren ze vroeger en vroeger”

“ein?” zeg ik op een nogal intelligente wijze

“kga toch even moeten bellen om te zien of dat ik dit mag aanvaarden want das voor het leger” zegt zij volledig mijn intermezzo negerend

“ewa?” zeg ik zo mogelijk nog intelligenter en begin € tekentjes voor mijn ogen te zien bij de gedachte dat ik de volle pot moet betalen en vraag vertwijfeld “jama en als ge da nu ni moogt aanvaarden hij moet da vandaag hebben en…”

“ola ola” zegt zij “nog ni panikeren ik ga eerst es bellen” en het ligt op het puntje van mijn tong om te zeggen ‘seg ge zijt mijn moeder ni se’ want die zegt ook zo een dinges

na wat een en weer gebel krijg ik het verdoemde vaccin toch mee.

Een paar uur later blijkt dezelfde jonge arts als vorige keer dienst te hebben en ik deel hem toch fijntjes mee (mijn innige vriendschap met K&G indachtig) dat ik wel wat moeilijkheden had met het voorschrift “och ja zegt hij das allemaal tzelfde maar ze zijn gewoon bang om hun geld niet weer te krijgen, ge hebt gewoon ne moeilijke apotheker”

ik sta net op het punt mijn apotheker te verdedigen als hij zich laat ontvallen “Uw zoon doet het wel nog goed maar hij is toch fameus gedaald op de curve” en hij draait het dossier zodat ik zijn bibberige lijntjes zelf kan volgen

doordat mijn apotheker noch mijn moeder aanwezig zijn om te zeggel “olaola nog ni panikeren” panikeer ik er lustig op los. Ik zie de zoon-nummer-2 al aan verschrikkelijke ziektes lijden waardoor hij ni meer bijkomt of groeit.

totdat ik tussen neus en lippen kan opmerken “de zoon-nummer-2 wordt volgende week 3 maand das 12 weken environ en ni 16 azo”

“oh” reageert de K&G-arts al even intelligent als ik die morgen en begint weer driftig lijntjes te trekken “ah” zegt hij nog steeds op intelligente wijze “dan doet ie het nog altijd goed

“ja” zeg ik “stom hé da ze u da in die 7 jaar ni leren de overeenkomst van weken en maanden”

en ik stap naar buiten met het gevoel dat ik mijn apotheker toch een beetje gewroken heb

en voor de cijfergegadigde onder u 3maand min 5 dagen, 7kg 40 gr en 65cm

van grote meisjes en kleine meisjes

de kleine meisjes van weleer hebben elkaar al zo een 25 jaar niet meer gezien. De kleine meisjes van vandaag hebben elkaar nog nooit gezien.

De kleine meisjes van weleer hebben besloten elkaar als grote meisjes nog eens te ontmoeten.

De kleine meisjes van vandaag,… die hun mening werd gewoon ni gevraagd.

De kleine meisjes van weleer speelden samen op de speelplaats The A-team, de kleine meisjes van vandaag weten ni eens wa The A-team was.

De Kleine meisjes van vandaag spelen samen met de schoenen en met de buma(lu)s en ze staan op elkanders vingers, de kleine meisjes van weleer… spelen ook met de Bumba(lu)s.

De kleine meisjes van weleer vleien zich met een kop koffie en langzamerhand komen de tongen los, de kleine meisjes van vandaag vleien zich  neer in een bedje en slapen een beetje bekomen.

het een klein meisje van vandaag gaat naar de dagmoeder terwijl het andere meisje van vandaag met de kleine meisjes van weleer eventjes de zee mag gaan bewonderen.

voordat we het weten zijn er zes uur omgevlogen en nemen de kleine meisjes van weleer weer afscheid van elkaar en van de kleine meisjes van vandaag

benieuwd of het weer 25 jaar zal duren eer we elkaar nog eens ontmoeten

dan zijn daartegen de kleine meisjes van vandaag ondertussen ook kleine meisjes van weleer en de kleine meisjes van weleer… tja