Dagelijks archief: 18 oktober 2010

Van in schande vallen en verdoken trots

Het is niet dat de dochter geen “kleine” volwassenen gewent is, per slot van rekening is haar oma niet bepaald reusachtig en haar meter is ook al niet van de grootste, daarom was het des te vreemder haar vrolijk en wel te horen schetteren (met wijzend vingertje en al) “KINDJE! KIIIIINDJEEEEEUUUUH!!!!”. U weet wel zo een moment waarop je zonder blikken of blozen een ander karretje zou nemen en doen alsof dat niet zo wel opgevoed kindje helemaal niet bij jou hoort.

Later aan de kassa zegt een ons onbekende mevrouw “daaahaag meisje” tegen de dochter die zich half afwent en iets ombestemts bromt. “Oooh ze is verlegen” kirt de vrouw “en is dat hier jouw zusje” kirt ze vrolijk verder zich over de zoon-nummer-2 buigend.

“NI DOEN” schalt er door de winkel alsof iemand de intercom gebruikt en aan een volume dat ons zonder pardon van de zoon-nummer-2’s meter een boete zou opleveren “NI DOEN, LIJNE AFBLIJVE, NI DOEN IK U ZEG AF BLIJ VE” dat laatste woordje nog een toontje hoger, terwijl ik vrees dat ze de immer vrolijke dame naar de keel gaat vliegen

“Oeie” kirt de dame nog steeds vrolijk, terwijl ik denk, mens bolaf gemaakt haar vanstreek da ziede toch “ze ziet haar zusje graag hé”

“tis een broertje” licht ik licht gepikeerd toe en verander van kassarij

immens blij dat ik mijn kar toch niet stiekem had omgewisseld

mijn kleine leeuwin

Advertenties

pretparkperikelen

Niets vermoedend kom ik uit de eetkamer. Aan de deur wordt ik tegengehouden door een streng kijkende zoon-nummer-1 en een vrolijk kwebbelende dochter.

“Dus, jij gaat naar plopsaland gaan ja hé, dan moet ik jou naam opschrijven” en bloedserieus opent hij zijn grabbelpasboekje neemt een potlood en “schrijft” er iets in.

“Zo” zegt hij nog steeds streng kijkend “ga maar naar binnen”en hij wijst de weg “en eerst op de paardemolen hé!” roept hij mij na.

ik kijk over mijn schouder om zeker te zijn dat ik wel de juiste weg opga “jaja” knikt hij “de paardenmolen” waarop ik paardenmolengewijs rond de zoon-nummer-2 zijn speelmat draai. 3/4 rondje later word ik er door de strenge pretparkmeester echter al weer afgebonjourd “ga nu maar een beetje op de Mega-Toby-autootjes rijden” commandeerd hij “en opletten voor de andere auto’s hé. En ook niet boksen” laat hij nog weten. Ik ben echter zo in de wolken et mijn autoritje dat ik pardoes tegen de zoon-nummer-2 zijn park rijd.

“ja kom” foetert de zoon-nummer-2 “gaat gij maar een beetje op de plopbootjes zitten.

3 bootlengtes verder, geen idee wat ik nu fout gedaan heb word ik door de parkwachter onherroepelijk buitengebonjourd. “Gaat maar terug naar de keuken hoor” zegt hij op een toontje van daar kunde u eigen tenminste ni verongelukken “en brengt wa cake mee hé” roept hij me na

plopsa-living het ware nog eens een idee