Maandelijks archief: november 2010

schoolgaande jeugd

“jij gaat dan daar staan, zo en dan ga ik nu spuwen en straks mag ga ik dan daar staan en dan spuw jij naar mij hé” hoor ik de zoon-nummer-1 zeggen

“ja” antwoord de dochter enthousiast als altijd over alles wat van haar goddelijke broer komt.

“TSUh TSUh” hoor ik

“en nu jij” commandeert de zoon-nummer-1

de poging van de dochter word oudergewijs door mij gecounterd door een welgemeende “HéLA”

“da mag hoor, echt wel” zegt de zoon-nummer-1.

“en nu jij” komt er uit de speelkamer

“en nu ik”

“en nu jij”

“en nu weer ik maar nu een beetje harder hé”

dit maal is het harentrek dat ze spelen wederom een spelletje dat proffesioneel om zeep geholpen wordt door de aanwezig zijnde ouder.

“da mag, echt wel”

“waar leerde gij da allemaal” vraag ik lichtelijk overbodig

“op sjool” antwoord de zoon-nummer-1 droog

wie zei ook weer dat de schoolgaande jeugd niets meer leert?

Kat zoekt thuis en huis zoekt kat

40 000 las ik ergens nog niet zo lang geleden. 40 000 katten belanden er op een jaar in een of ander Belgisch asiel. Dat is zo grofweg vergeleken een gans groot dorp of kleine stad mensen in het oud-pekes-huis geplaceert.

Wegens gevonden of een scheiding, wegens geen tijd of een plots opgelopen allergie, wegens een nieuw lief of gewoon zomaar.

En zoals 40 000 vindende-scheidende-tijdloze-allergische-verliefde-gewone mensen aan de deur van het plaatselijk asiel aanbellen zo zijn er een klein handje vol die een handje vol katten een andere toekomst geven.

Een handje vol wegens uiteraard een schrijnend te kort aan middelen en vooral aan plaats. Want de pelzerige viervoeters die in hun handen belanden komen niet in een kaal hok terecht waar ’s avonds  de lichten gedoofd worden als de mensen huiswaarts keren. Neen zij plaatsen de HUISdieren in een huis.

En misschien kan u wel helpen. Misschien is uw fluwelen kater onlangs wel verhuisd naar de eeuwige muizenvelden. Misschien mist u zijn gesnor ’s avonds wel naast u in de zetel of misschien bent u wel een van die scheidende mensen en is het ’s avonds wel wat koud aan de voeten.

Misschien wilt u snorremans helemaal niet vervangen maar staat er nog een poezemandje onbewoond te wezen omdat u het zo zonde vindt het weg te smijten of misschien staat er in uw kelder wel 24 blikjes kattevoer slecht te worden omdat het toevallig een actie van wiskas was…

Misschien wil je het wel niet weggeven omdat je nog twijfelt maar vrees je een beetje dat snorremans over 21 jaar op fluwelen pootjes het hoekje omgaat. Misschien kan u dan wel zo eens overwegen om zelf kattenpleeggezin te worden. Goed u moet dan wel wat vaker afscheid nemen maar ze gaan wél naar een goede thuis en niet naar de poezenhemel ook een schoon compromis hé én je hebt regelmatig een nieuw leven in de brouwerij.

allesinds deze katten zoeken een thuis en u huis zoekt misschien wel een kat

 

moeders en zussen van dochters en straffe maddamme tout court

Achieng zo noemt ze. De moeder van haar dochter. De moeder van de zussen van haar dochter en de broers van haar dochter. En ook weer niet.

Het ís een andere cultuur dus ligt het niet aan mij of aan ons om er over te oordelen.

Maar vanuit mijn cultuur gezien is het vreemd om zoveel kinderen te vondeling te leggen of grofweg af te staan. Al helemaal met het verhaal “ja kijk de oma zou ervoor kunnen zorgen maar die moet werken want anders hebben wij geen inkomen en wij, de mannen, kunnen ntl niet voor een kind zorgen”

Langs den andere kant is het hier zoveel anders? geen idee.

Maar zij, zij is anders. Anders dan daar en anders dan hier. Zij stelt haar hart en haar huis open voor elk kind. Zij houdt  zo direct van elk kind dat ze toegeworpen krijgt. Zij is een beetje de hoop op een betere wereld. Daar. En misschien ook hier.

mooi toch

Ridder T

Gisteren in volle avondspits en volle sneeuw”storm” ging ik met e zoon-nummer-1 boodschappen doen. Door de sneeuw de wind en de donkerte zag je amper een hand voor de ogen. Ik zie auto’s met een totaal onaangepaste snelheid over de parking racen en vooral schuiven.

Ik manoeuvreer de zoon op een andere plaats en hij vragt mij een beetje verbaast waarom ik dat doe.

Ik leg hem uit dat ik hem graag zie en dat de auto’s schuiven en dat ik niet wil dat de auto’s op hem schuiven. Aan de auto gekomen zet ik hem eerst in de auto, voor de sneeuw en de kou en de schuivende auto’s. Ik zet de boodschappen in de wagen en zeg dat ik onmiddellijk terug ben. Terug aan de auto vind ik de zoon-nummer-1 half in tranen. Ik vraag hem waarom.

‘omdat ik jou niet zag, en als de auto’s dan op jou schuiven kan ik jou niet redden’. Ik moet glimlachen maar krijg toch ook spontaan tranen in de ogen, ik zeg hem dat de auto’s gelukkig niet op mij zijn geschoven en dat hij de liefste jongen is die ik ken, mijn ridder’.

De zoon-nummer-1 is zijn angst al weer vergeten en zegt “Ah neen hé mama ik ben gewoon T en gij bent geen prinses”

 

neen ik ben geen prinses maar willen of niet zoon-nummer-1 jij bent mijn galante ridder T.

stenen tafelen

“wij gaan tafelen koken”

“Wafels BAKKEN, Wafeltjes BAKt ge” verbeter ik zoon-nummer-1

“ja Tafeltje bakken met juf Els”

“W, W OEW OEWafeltjes ”

“jahah TTTTTafeltjes Bakken”

Hopelijk lijken de gebakken wafeltjes geen stenen tafeltjes te zijn

oude vandagen aan het stuur

Vroeger toen wij nog in het Brusselse woonden kon mijn mama behoorlijk goed rijden. Toen wij naar de onbewoonde Henegouwse beschaving verhuisde ging mijn moeder haar rijcapaciteit met rasse schreden achteruit.

U kent dat wel van die mensen die stevast een stuk onder de maximumsnelheid rijden met de volgens hun gevleugelde commentaar ‘tis ne maximumsnelheid ze gene minimum snelheid’. Die als ze zelf niet rijden bijna bij de bestuurder op de schoot kruipen enangstvallig de snelleheidsmeter in de gaten houden en al beginnen roepen en tieren dat ge moet remmen als ge zo ongeveel aan 115 over de vlaamse autostrades kruipt.

zo rond dezen tijd zou mijn moeder dus logischerwijze een hoedje op haar hoedeplank moeten placeren en aan een gezapige 70/uur liefst op het 2 rijvak van de autostrade tuffen.

Niets is minder waar de dame heeft haar tweede jeugd gevonden denk ik zo.

Vandaag zat ik naast haar in de auto en zag met opgetrokken wenkbrauwen gezwind geslalom tussen 1ste en 3de rijvak aan een  slordige 140.  De welgemeende ‘Klootzak’ (uitgesproken kloetzak met een licht accentje op de “oe” de “z” en de “k”) deden mij zelfs lichtelijk glimlachen en de foeterende ‘EI SEG OEZITTET get hier wel voorang hé’was de kers op de taart.

ik vermoed dat het nog een kleine week en half zal duren eer ze bumperkeplak en faarketrek gaat spelen.

en als u binnenkort een blauwe fort met een “oud” klein maddameke ziet af komen gestoven rept u dan maar uit de voeten ‘KlOEtZaK’

How to make your parents cry? (waarschijnlijk deel 1)

‘Wast leuk op school?’ vraagt de man achteloos aan zoon-nummer-1

‘WaaaaaWaaaBlabla andere kindjes Brabbelbroebbel-laat-mij-me-rust’ “antwoord” de zoon-nummer-1 overduidelijk boos en alles behalve duidelijk.

wij, de gewone stervelingen, niet in staat de woordenstroom te volgen hebben feitelijk alleen verstaan dat het iets met andere kindjes heeft te maken én dat we hem met rust moeten laten.

De man daar in tegen is niet van plan de zoon-nummer-1 gerust te laten vooral niet omdat hij vermoedt dat de zoon-nummer-1 gepest wordt op school of zo. dus vraagt hij geheel niet bevooroordeeld ‘WAT doen de ANDERE kindjes???’

‘De ANDERE kindjes MOGEN IN DE OPVANG BLIJVEN!” ‘ brult de zoon-nummer-1 plots geheel over zijn toeren. ‘EN IK WIL OOK IN DE OPVANG BLIJHIJVEUH’.

Wij, beiden een beetje verbijsterd, weten even niet wat zeggen. ‘Jama’, probeert de man, ‘hier is het toch ook leuk?’

‘NEEN!’ zegt de zoon-nummer-1 zonder genade en duidelijk articulerend voor zijn ietwat hardhorige ouders herhaalt hij nog een ‘IK WIL NAAR DE OP-VANG’

‘jama’ probeert de man bijna wanhopig ‘hier krijgdeuh…. KNUF FELS en in de opvang ni das toch wel goed hé’

‘jah’ laat de zoon zich giechelend overhalen

wij al opgelucht, we kunnen er voorlopig weer mee door.

 

‘maar morgen mag ik in de opvang blijven bij juf li-jantjeuh hé’ klinkt het

 

twas maar van korte duur zijn heropflakkering van ouderliefde