Maandelijks archief: maart 2011

tis kapot

Hoewel de zoon-nummer-1 al een tijdje in zijn bedje ligt horen wij hem de hele tijd vertellen-zingen-“lezen”. Als we zelf gaan slapen hoor ik hoe zijn blote voetjes zo snel als dat ze hem dragen kunnen van zijn bedje naar de deuropening brengen.

“Papaaa? Pappaaah, ben jij dat” vraagt/roept hij

“neen” zeg ik ” het is mama”

“mammaaaaah ik-kan-ni-slapen” weet hij te vertellen alsof iemand daar naast had kunnen horen.

“oh” reageer ik “en wáárom kan jij niet slapen”

“omdat mijn ogen kapot zijn en nu gaan ze niet meer toe” zegt hij zonder blikken of blozen

en heel even is mijn plafond de meest interessantste plaats om mijn ogen op  te laten rusten voor ik met hem in “discussie” treed

Advertenties

een held in het ochtendgloren is nog geen held in het avondrood

“Mamaaaah jij moet Sinterklaas bellen want hij moet nog eens komen” brult de zoon-nummer-1

En terwijl ik tegelijkertijd probeer te bedenken wat hij nu weer wil  en hoe ik hem subtiel kan duidelijk maken dat Sinterklaas niet de man van het grootvuil is die afkomt op afroeping, verduidelijkt de zoon-nummer-1 zijn motief “want hij moet mijn tut…” even aarzelt mijnen held hij neemt een diepe teug lucht en herpakt zich “hij moet mijn tutje komen halen”

“ha moet Sinterklaas jouw tut komen halen?” vraag ik voor de zekerheid

“ja ga jij hem dan bellen?” wil de zoon-nummer-1 voor alle zekerheid weten?

“ja hoor ik zal hem wel bellen hoor schatje” zeg ik

hij werpt mij toch nog een bedenkelijke blik toe maar bon in het overvloedige zonlicht is iedereen een held en al helemaal een vierjarige piraat-kapitein-coureur-voetballer.

’s Avonds voor badtijd is hij nog steeds de grote held die over luttele momenten voorgoed afscheid zal nemen van zijn tutje. En hoewel ik al vaak gezegd heb dat de tut nu verleden tijd moet zijn vind ik het ook jammer: weer een stapje verder van het baby’tje weer een stapje dichter bij volwassenheid, nooit meer voor het slapengaan zijn kamer binnen gaan om “slaapwel” te zeggen en hem plots in alle hevigheid op zijn tutje horen ‘tjokke’.

Badtijd verstrijkt en bedtijd nadert en ik stuur de zoon-nummer-1 naar zijn kamer om alvast zijn tut te gaan halen.

En dan loopt het fout terwijl ik de dochter haar haren kam entertaint de zoon-nummer-1 de zoon-nummer-2 en terwijl hij giert van het lachen eindigt de tut op mysterieuze wijze  in zijn mond. Ik probeer hem nog even maar niet al te hard te overtuigen dat Sinterklaas wél al vertrokken is om zijn tut te halen en dat hij dat niet zo leuk zal vinden. Maar de zoon-nummer-1 is onverbiddelijk en totaal niet onder de indruk van de oude mans grijze haren en weigert categoriek nog zijn tut af te geven.

Deze keer is het de man die zijn been stijf houdt en onverbiddelijk de tut richting Spanje meeneemt. De zoon-nummer-1 brult zijn ziel uit zijn lijf.

Maar nu is het wonderbaarlijk stil, 2 huilbuien maar en 2 keer overtuigd door de papa, persoonlijk had ik mij ingesteld op een avondlang gekrijs en had de man niet toevallig verlof, het moet gezegd, had Tut nooit zijn kamer verlaten

 

een half uurtje later (21u30): “papaah Sinterklaas die kan ni komen hoor, die heeft geen paard”

jong van geest

“hij speelt graag hé?” zegt ze

“grote werkjes maken of lang stilzitten en luisteren dat doet hij niet hé want dan wilt hij alweer gaan spelen” zegt ze

“ja hij is nog jong van geest hé” zegt ze

“maar bon nu moeten we ons daar geen zorgen om maken” zegt ze

 

het is niet mijn overgrootvader die de hemel in geprezen wordt het is de zoon-nummer-1 een tussen de soep en de patatten wordt afgebroken.

In wat voor maatschappij léven wij als er over een kind van (dan) 4jaar 1 maand en 1 dag oud al gezegd wordt dat hij “jong van geest is en nog graag speelt?”

verdomme toch

peuterteleurstelling

U weet wel, er zijn van die dagen dat men in klaarlichte dag de maan ziet. op een van die dagen krijgt de zoon-nummer-1 die lichtendeschijf, op dat moment weliswaar een sikkel in het snot.

“kijk, KIJK Mama KIJK,  Janneke maan” roept de peuter enthousiast en overactief begint hij naar de lucht te zwaaien met een glimlach die zijn gezichtje bijna in 2en splijt

“MAAAHAAAAAN JAN-NE-KE MAAAAAHAAAAN JOOOEEEEHOEEEE IK BEN HIE-IER. JAN-NE-KE MAAAHAAAAN IK BEN HET THORBEN”

Even blijft hij staan kijken in stilte en ik vraag mij af wat er nu door hem heengaat.

En even plots als hij enthousiast werd zie ik de teleurstelling over zijn gezicht glijden “Janneke maan hoort mij niet” en hij draait zich verdrietig om.

En ik denk ach schat moest ik kunnen ik ging voor jou naar de maan en terug en als ik daar zou zijn kzou hem een nen draai rond zijn oren geven kwestie dat hij u int vervolg wél hoort

potjestraining

de dochter heeft zichzelf potjestraining opgelegd. Wat inhoud dat ze maandag besloten heeft dat ze geen paper meer wil dragen maar een “onderbjoek” lijk iedereen.

Ik moet zeggen ze doet het goed als is ze soms net te laat voor het begin van de ‘pipi’ en dan met samen geknepen beentjes staat te roepen “ikke kaka doen ikke kaka doen” waarom ze parmantig op haar potje word gezet waar ze voort plast. en daarna omgekleed word want haar broekje is een beetje nat.

gisteren moest ik werken en de dochter staat naast mij en kijkt hoe ik mij omkleed. Plots legt ze haar kleine handje op mijn been en zegt zo medelevend mogelijk “isse ni erg hoor mama, kan gebeuren”

“wat kan het gebeuren lieve schat?” vraag ik, niet helemaal mee zijnde

“jijje ande bjoek aandoen hé, want jou bjoek isse beetje nat hé?” en terwijl ze heftig knikt over haar eigen gelijk probeer ik haar toch die gedachte uit het hoofd te klappen kwestie dat ze zo een dinges niet gaat rond vertellen “neen hoor mama doet andere kleertjes aan omdat ze moet gaan werken”. “hm” zegt ze met een meewaardig lachje ” neen hoor jijje pipi daan hé en nu isse jou broek een beetje nat, ma isse ni erg hoor mama da kan gebeuren, isse ni erg” en terwijl ze mij verbijsterd achterlaat en zich tot haar popehuis richt controleer ik stiekem of ik écht niet in mijn broek heb geplast.

 

echt niet

zee meer min

da ze naar de zee willen

da ze de hele morgen zingen “wij gaan naar zee, naar zee, en iedereen mag mee”

dat hun nonkel met dat schitterende plan afkwam en gelukkig ook zelf afkwam

da we met 2 auto’s richting Wenduine vertrokken, kwestie van de fietsen en de buggies en ook de nonkel in kwetie te kunnen vervoeren

da ze hun korte beentjes tot het uiterste dreven op de Wenduinsedijk

dat ze van hun mama en papa al het zand moesten wegscheppen op het strand

dat de zoon-nummer-2 tot de conclusie kwam dat zand dan weliswaar de maag schuurt maar er niets boven ne koek gaat

dat ze met hun papa dat aan de zee in kwestie wandelden

en dat ze tot de conclusie kwamen dat ze stante pede terug naar huis wouden

want dat ze toch wel “beetje bang is fan de see”

dat de zee gerust een beetje minder mag zijn

vakantie pret

het heeft even geduurd maar de lente komt zo langzamerhand dichterbij. Voor mij het teken om mij buitenhuis te begeven. per slot van rekening ben ik een zonne-kind.

voor de kinderen het teken dat hun luilekkerleventje binnen om zeep is. willens-nillens moeten ze mee naar buiten en worden verondersteld daar ook te blijven 🙂

na een kwartiertje zijn ze het zo weer een beetje gewoon

en na 5 uur krijg ik ze zelfs niet meer binnen mijn buiten ratten.

Dat ik bij wet verboden ben ze met kleren en al in de wasmachine te proppen en een wasje op 90° te draaien en aldus én propere kinderen én propere kleren in enen trok te verkrijgen kijk ik maar even door de vingers.

en dat ik voor het eerst in 4 jaar een ononderbroken nacht heb, daar dank ik de lente op mijn blote knietjes voor

en dat ze genoten zoals u ziet

en dat ze zo af en toe gepest worden, door hun eigen moeder nog wel en ne zurenbeer in hun mondje krijgen en hun moeder klaar staat met het fotoapparaat om die muilentrekkerij vast te leggen. maar dat ze daar wel een pedagogisch verantwoorde draai aan kan geven (terwille van mijn beste vriendjes van K&G): “liefste zoon-nummer-2 ge moet ni altijd smekken als ge iemand wa ziet eten want tis ni altijd lekker” en het als bijkomend voordeel heeft dat het kind nu geen snoep meer wilt 🙂