Maandelijks archief: april 2011

om de misverstanden de wereld uit te helpen of wasset erin

De zoon-nummer-1 en ik rijden de ondergrondse parking onder de bib uit.

“Waar zijn we nu mama” vraagt de zoon-nummer-1

“nu zijn we IN de STAD pop” antwoord ik hem er zeker van dat ik hem hiermee een plezier doe want per slot van rekening houdt hij van de stad om deen of dandere reden.

hij kijkt wat stil en om zich heen en vraagt dan “waarom is dat een stad en waarom rij jij zo TRAAG”

“eum dat is een stad  omdat dat een stad is en omdat ze stadsrechten heeft enzo en ik rij zo traag omdat ik van de politie ni rapper mag en omdat de stad brugge vol oude gebouwen staat en daar kijken veel mensen naar”

weer blijft het even stil en dan komt er aarzelend van op de achterbank

“waarom zit een stad vol met oude mevrouwen?”

ook de dochter is ni wars van enig misverstanden

we zijn pizza aant maken of beter ik ga pizza maken en gooi alle ingredienten in de broodbakmachine zodat deze op haar gemakjes de deeg voor mij kan maken

“wa jij doen mama?” vraagt de dochter

“ik ga pizza maken muizeke”

ook zij blijft even stil (en dat is een opmerkelijk moment)

“ikke moet ni gaan slapen hé mama”

“wel neen muizeke waarom zoude gij moeten gaan slapen schatje?” vraag ik haar een beetje verbaast gezien het uur van de dag

de dochter kijkt al even verbaast en vraagt dan: “waajom jij dan pisamas maken?”

van kleine en grote stappen

Hij doet het toch maar. Aarzelend dat wel. En af en toe komt de zwaartekracht roet in het eten gooien. En verder dan 4, 5 stappen komt hij niet. Maar hij grijnst er vrolijk op los en kraaien doet hij ook, van plezier en babytrots.

En hij doet het toch ook maar, morgen, zijn eerste tennisles volgen en vandaag vliegt hij door het huis, en de tuin met zijn supersnelle sjoenen. Schoenen waar hij zodanig trots op is dat ik ze al uit zijn bed heb moeten halen, zo ergen tussen zijn voddeberen ingeklemd.

ze worden groot die 2, groot en toch nog zo klein

van justebeber en 121 pareltjes

tzit eropde paasvakantie.

Elken godgansen dag stond zoon-nummer-1 te springen om naar t speelplein te gaan, u weet nog wel dat van Oranje vaar hij in de kerst ook al geweest was. Al is de zoon-nummer-1 écht niet te spreken over de openingsuren zo rond een uur of 4 -5 ’s morgens beginnen zou voor hem I-DE-AAL zijn. En voor ons ook zo redeneert hij want dan kan of papa of mama hem wegdoen als ze naar hun werk vertrekken, aja é mama.

De mama is er minder over te spreken. Dat de ecologische voetafdruk een maatje groter is geworden om dat de zoon zijn kleren elke STRONTsmerig waren en er liters badwater aan te pas zijn gekomen om de zoon te weken en te wassen en ie of wat toonbaar te maken vindt ze niet erg integendeel het bewijst maar wat zijn oogjes ook al vertelden: fun FUN en nog es fun (en stof , zand, verf en sjokomelk). Dat hij ’s avonds zijn ogen uit zijn kopje wrijft en burrelt  dat hij ‘ik ben ni moehoehoe’ maar wél slaapt als je dan met zijn flesje bovenkomt zou ook wel eens kunnen wijzen op: of de leiding zijn beulen, of hij heeft zich beestig geamuseerd.

dat hij in de eerste week ’s morgens in alle vroegte door zijn kamer springt stamt en roept (lees zingt) “WAAR IS DA FEESTJE? HIER IS DA FEESTJE!” kunnen we al iets minder appreciëren.

Maar dat hij vanavond thuiskwam al zingend “béébe béébe ooooeeeew” en erna nog nodig vond om te zeggen “mama zingt gij es van juste beber” vond ik er vér over.

langs den andere kant hebben we ook tijdens het ganse bad-pyjama-bed ritueel gezongen van zakdoekleggen en eerlijk is eerlijk ik heb dat in eeuwen ni meer gezongen en even eerlijk, ik vond het heerlijk.

Dat de zoon een schitterende paasvakantie heeft gehad en van de eerste tot de laaste seconde heeft genoten hebben wij te danken aan een ferme hand vol vrijwilligers 121 om precies te zijn of kmoet ferm mishoort hebben. En laten we nu maar eens echt heel eerlijk zijn: vele volwassenen zouden er toch een schoon lesje van kunnen leren: je vakantie ‘opofferen’ en er nog ni genoeg geld aan overhouden om je ticket voor T/W te kunnen kopen sjapoo ik zout ni doen 🙂

dus kunnen we wel uit de grond van ons hart zeggen BEDANKT, allemaal, JULLIE ZIJN STUK VOOR STUK PARELTJES

Meneer is in zijn gat gebeten

De zoon-nummer-1 is kwaad. Boos, Vernederd in zijn gat gebeten.

Ik zie het aan zijn mooie gezichtje en plots komt het eruit “Ik BEN geen kleuter hé mama”

“Eum euh wat wie zegt dat poppeke” stamel ik

“die Mevjouw” zegt de zoon-nummer-1 razende

“eum euh welke mevRouw?” en ik krijg bijna een paniek aanval bij de gedachte dat vreemde mevrouwen zomaar mijn zoon aanspreken

“de mevjouw van het speelplein” roept de zoon nu bijna

“ah de leidster” zeg ik opgelucht

“JA!  En ik ben geen kleuter hé” zegt hij

“Majawel poppeke je bent wel een kleuter” zeg ik, mij nog steeds niet bewust van de woede van de zoon

“NEEN” krijst hij mij bekijkend en zich afvraagt hoe het mogelijk is dat ik 1) zo stom kan zijn en 2) het dan ook nog luidop zulke zever kan verkondigen

“IK BEN GEEN KLEUTER” roept hij

“jama schatje wat ben jij dan wel???” vraag ik, op mijn beurt verbijstert

“ik ben een grote jongen!” zegt hij behoorlijk vastberaden

“Ma schat  jij hebt nog tijd genoeg  om een grote jongen te worden” zeg ik zalvend en hopend dat het nog lang zal duren eer hij een grote jongen wordt

de zoon bekijkt mij nogmaals alsof hij nooit iets van moeders zal snappen en roept over zijn schouder terwijl hij wegloopt “MEISJES ZIJN STOM”

Mevjouw  van het speelplein nu eerlijk zo tussen ons das nu toch wel een “grote jonges uitspraak hé”

van een straffe gast en fantast en een straffe gast tout court

de straffe gast en fantast vind het allemaal een beetje welletjes geweest. Zo een beetje op zijn kap zitten zeg, met zen allen tmag gedaan zijn. Straffe gast en fantast vindt ook dat hij zo wel een beetje genoeg geleden heeft zo, per slot van rekening moet hij zo al een jaartje ondergedoken leven in verschrikkelijke plaatsen zoals een wereldberoemde niet nadergenoemde abdij die toevallig ook een gerenomeerd biertje brouwt en bij de vriendjes van de rechtstreekse telefoonlijn met de grote baas hierboven en daarna in het zonnige Frankrijk enfin een hel als het ware.

En bovendien laat ons zo eventjes niet onnozel doen  IEDEREEN deed het zo toen, maar alleen op hoogtdagen, wat laat ons eerlijk zijn, een heel andere inhoud  geeft aan “kerkelijke feestdag” tmoet daar inderdaad nogal een feest geweest zijn zo’n 25 jaar geleden in de kerkelijke kringen op hoogtdagen.

En bovendien had straffe gast en fantast toch ook zo wel niets verkeerd gedaan zo een beetje friemelen en een beetje spelen en ook zo een beetje een relatietjegehad enfin allemaal zo erg niet voor zover straffe gast en fantast zich kan herinneren.

En wat meer is Straffe gast en fantast vindt het ook zo een beetje niet eerlijk dat straffe gast tout court dat zo maar een beetje gaat rondvertellen wan per slot van rekening had straffe gast en fantast zo toch wel een beetje beslist dat ze dat een beetje binnenkamers zouden houden aja want er was helemaal niet gebeurt en als er niets is gebeurt dan spreken wij altijd af dat we er daarna niets over gaan zeggen.

Straffe gast en fantast zegt ook nog zo een beetje maar niet met zoveel woorden dat hij straffe gast tout court centjes heeft gekregen om niets te zeggen over wat er niet is gebeurt. Veel centjes maar niet om te zwijgen ha neen om straffe gast tout court een duuwtje in de rug te geven en passant is straffe gast en fantast toch een beetje verbolgen dat straffe gast tout court niet helemaal had begrepen dat het toch wel ook een beetje was om binnenkamers te houden wat binnenkamers helemaal niet was gebeurt.

Straffe gast en fantast vindt het zo, als hij zelf een beetje eerlijk moet zijn wel een beetje vreemd dat hij nog geen standbeeld heeft gekregen want dank zij hem zijn er toch nog nen hoop straffe gasten en fantasten aan de galg geklapt voor dingen die ze helemaal niet hebben gedaan, maar alleen op hoogdagen en alleen omdat zo ongeveer iedereen het (niet) deed zo in hun kringen.

Straffe gast en fantast wil maar niet vatten dat dingen niet doen ook al is het enkel op hoogdagen wel schade kan berokken en dat het een wonde is die ge niet zomaar met wat kluttergeld kunt opvullen.

en straffe gast tout court die verdient een standbeeld dacht ik zo want 25 jaar na dato blijkt het toch nog maar gemeen goed te zijn in die kringen en niet alleen op hoogdagen: slachtoffers behoren te  zwijgen en te ondergaan en blij te zijn dat nonkel pastoor hen heeft uitverkoren en te luisteren hoe nonkel uberpastoor eens effekes zal uitleggen dat het allemaal zo erg niet is nog was en enkel en alleen op hoogdagen.

straffe gast en fantast lijkt maar niet te vatten dat de enige die hier nog beslissingen mag nemen, en mag spreken straffe gast tout court is en dat zijn hoogdagen nu wel echt voorbij zijn

hopelijk

dubbele dikke duim

ik kom net van het toilet uit de aangrenzende kamer roept de dochter uit haar bedje “jije kakka gedaan?”

“eum neen euh pippi” antwoord ik

“jije pippi daan op walet?” vraagt de dochter

“ja hoor pippi gedaan op het toilet” zeg ik

“jije snoepzakje krijgen hé”

ik glimlach en loop even haar kamer binnen “krijg ik een snoepzakje omdat ik pippi gedaan heb op toilet?”

“JA!”  en ze steekt haar 2 duimpjes in de lucht “dubbele dikke duim hoor mama jij bent een finke meid hooj hoihoihoi joepie joepie BRAVOOO ikke tjots op jouwé!”

en zo fier als ne gieter trippel ik naar beneden ‘ik doe flink pippi op walet”

vervangingsstukken gezocht

Zondag.

In tegenstelling tot wat Frank en Sabine ons beloofde is het stralend weer en,  en dat is hier echt een uitzondering, zo goed als windstil.

De man en ik genieten van het buitenwerken en de zoon-nummer-1 en de dochter lopen/fietsen/”sjommelen” dat het een lieve lust is.

de dochter is een “vallerke” geeft haar 2 stenen en een niveauverschil van 0,2mm en ze zou er in slagen om er over te struikelen, de zoon-nummer-1 daar integen heeft eigenlijk nog nooit echt gevallen (behalve dan vorig jaar net voor zijn schoolfoto).

Vandaag slaagt de zoon erin om ,midden in een raceke met zijn eigen, over het gootje te struikelen en komt zodoende behoorlijk onzacht in aanraking met de tuinpadtegels, van die lekkere ouderwetse stoeptegels u kent ze wel uit uw eigen jongen tijd van die echte knieschavers.

De zoon kijkt beteuterd naar zijn 2 gehavende knieën en zet het op een brullen “PAPAAAAAAAAAAAAAAAAAAHHHHHHHHHH IK BLOEHOED” gevolgd door een hele resem minder te verstane dramatiek.

Ik neem het troosten van de man over terwijl deze laatste op zoek gaat naar de tranen-drogende plakkers.

Ik ben net bezig om de zoon gerust te stellen dat dat allemaal heus niet zo erg is en dat iedereen wel eens val zelfs papa (zat wel te verstaan maar bon) als hij tussen zijn tranen door zijn oorlogswondes nog eens inspecteert en prompt het weer op een brullen zet “MAAAMAAAAAH NU ZIJN MIJN BENEN HELEMAAL VERSLETEN”

en ik heb het héééél hééééél moeilijk om niet in lachen uit te barsten

van wonen en werken

Ik doe mijn job best graag maar om er nu helemaal mijn hobby van te maken gaat mij toch net iets te ver.

“Kijk mama je werk” roept de zoon-nummer-1 opgewekt van op de achterbank

“ja pop das mijn werk” bevestig ik voor amper de 100 000ste keer.

“ik ben daar al geweest hé, sinterklaas is daar ook hé en stoystory ook hé” vraagt/deelt de zoon lustig door/mee.

“ja hoor pop” zeg ik al luister ik niet echt

” da is de gefangenis hé” wil hij nog eens weten

“ja pop da is de gevangenis”

ondertussen zijn we op de plaats van aankomst, voor de zoon-nummer-1 blijkbaar het teken om een paar decibels hoger te gaan praten

“MAMA JIJ WOONT IN DE GEVANGENIS HÉ”

haastig kijk ik om me heen gelukkig lijkt de straat verlaten

“neen pop mama WERKT in de gevangenis”

de zoon-nummer-1 bekijkt mij en lijkt in te schatten in hoeverre hij mij kan geloven per slot van rekening mama’s die in de gevangenis wonen ze kunnen u van alles wijsmaken.

“jah…” zegt hij niet geheel overtuigd “papa werkt in de volvo hé”

“ja schatje papa werkt in de volvo”

even blijft het stil hij lijkt alles op een rijtje te zetten

“papa WERKT in de volvo en MAMA WOONT in de gevangenis”

“en de sint ook hé” voegt hij er voor alle zekerheid nog aan toe

en ik vraag mij af of ik voor alle zekerheid op mijn voorhoofd zou tattooeren : ik WERK in de gevangenis

overbezorgd? wij???? belange ni!

We maken er een dagje oma van.

Na een namiddagje voetballen en “verstoppertje” spelen en glijbaantjeglij begint de zoon-nummer-1 plots hartverscheurend te huilen “ik heb ruuugpijn” huilt hij terwijl hij zijn zij vasthoudt.

De man en ik en ook oma proberen er achter te komen waar de zoon zijn rug zich exact bevind: ergens tussen de zij en de lee dus.

Op slag en stond laden wij zoon-nummer-1 zoon-nummer-2 en de dochter in. De man draagt de dochter en de kinderspullen de oma draagt de zoon-nummer-2-in-maxi-cosi (samen bijna groter en zwaarder als zijzelf) en ik neem de zoon-nummer-1-die-steeds-harder-huilt in de armen.

De man wil Brugge halen ik loop in mijn hoofd alle ziekenhuizen af die we tegenkomen: ronse, oudenaarde, gent… en bedenk al hele senario over hoe we het gaan doen als we een van deze ziekenhuizen moeten aandoen met een zeer acute appendix.

De man probeert het de zoon-nummer-1 zo makkelijk mogelijk te maken: broek los, gordel niet te hard gespannen en ik draai mij in onmogelijke bochten om mijn op-sterven-na-dood-zijnde-eerstgeboorne zijn handje vast te kunnen houden en te troosten. op het einde van de straat (tis wél een lange straat) stopt het huilen. Op het einde van het dorp zegt de zoon “mijn rug doen niet pijn meer hé”

acute appendix? acute de-broek-spant-wa ja.

maar overbezorgd? wij???? belange ni…

zo simpel is dat

chaotische-ochtend-zoals-altijd.

Om het een beetje in goede banen te laten lopen leg ik een pakketje klaar met de zoon-nummer-1 zijn kleren, de dochter haar kleren, de zoon-nummer-2 zijn kleren en de mijne.

De ochtend begint behoorlijk iedereen laat gewillig zijn tanden poetsen en de slaapbeesten uit zijn ogen wassen en wat de oudsten betreft ze doen een soort van indianen dans om hun pyjama uit te krijgen.

stiekem denk ik dat het ons vandaag misschien wel een zou kunnen lukken om op tijd in school te raken. Ik ben nog niet uitgedacht of het spel zit op de wagen

“ik wil een korte broek en een jeans” zoon-nummer-1

“iiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiieeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeee” dochter die als een soort gillende keukenmeid over het hele verdiep rent.

“je doet vandaag een lange broek aan kijkt maar eens naar buiten tis ni zo goe weer” zeg ik tegen de zoon-nummer-een en tegelijkertijd tegen de dochter “stilzijn-stilzitten en kleertjes aandoen”

“IK-DOE-EEN-KOR-TE-BROEK-AAN!” gilt zoon-nummer-1 terwijl de dochter op de commode probeert te kruipen en daarvoor de handvaten als laddersporten gebruikt.

“Jij doet vandaag een LANGE broek aan en gij komt van die kast” zeggik tegen wie het maar horen wil

“NEEN!” brult de zoon-nummer-1 terwijl hij de badkamerdeur achter zich toeknalt , ondertussen krijst de dochter “IK-WIL-DIE-PAMPER”

“dat is de zoon-nummer-2 zijn pamper, muis daar ben jij te groot voor” leg ik de dochter uit terwijl ik mij afvraag waar de zoon-nummer-1 gebleven is.

“IK-BEN-NI-GJOOT” krijst de dochter vrolijk voort terwijl anders de zin wél degelijk is “ik BEN al gjoot” op dat zelfde moment komt de zoon-nummer-1 de badkamer weer ingestormd met een blik van “spreekt-mij-es-tegen” en zegt, terwijl hij triomfantelijk een jeans bermuda vast houdt “NAH! ZO SIMPEL IS DAT” en hij zegt er net niet achter ‘onnozele koe’

Mijn geduld is op “ZO SIMPEL IS HET DAT GE GAAT MAKEN DAT DIE BROEK TER-RUG IN UW KAST ZIT EN GE DOET DIE BROEK AAN DIE ÍK U HEB KLAARGELEGD, DAS TENIGE WAT HIER SIMPEL IS. GOED BEGREPEN???”

BENG! de badkamerdeur knalt weer toe om even later weer open te gaan “deze broek dan mama? die is ni kort hé en hij is ook niet van jeans” en hij houdt een superkorte zomershort vast. “Die is wel kort dus die doe je ook niet aan doet nu gewoon die broek aan die klaarlag”

De zoon draait zich weer om richting zijn eigen kamer, deze keer zonder met deuren de knallen.

Terwijl de dochter als een half speenvarken gilt terwijl ik haar haar probeer te kammen komt hij de badkamer weer ingeslenterd met een training in zijn handen. Even denk ik nogmaals te protesteren want die training is eigenlijk iets te kort. Maar ik besluit hem halverwege tegemoet te komen ” ja tis goed das een lange broek”

Plots is hij binnen de korstekeren aangekleed en ik ben blij dat ik niet verder heb ruziegemaakt.

Ergens onder de baan ben ik er ook in geslaagd mijzelf en de zoon-nummer-2 aan te kleden.

 

 

hoevet gezegd dat we er ook vandaag niet in geslaagd zijn om op tijd in school te raken?

zo simpel isset dus niet