Categorie archief: de dochter

klein klein kleutertje

klein klein kleutertje

wat doet gij in mijn huis

gij plukt er alle bloemekes af

en maakt het veel te tof

mamaaatje die vindt het leuk

papaaatje die *schaterlach*

klein klein kleuterke wat doet gij in mijn huis

*schaterlach*

klein klein kleutertje versie van de dochter

stemmen

vandaag gaven zowel de dochter als de zoon-nummer-1 kort na elkaar commentaar op praten

1st de dochter: “mama haar mond praat alleen nog stil” (ik fluisterde omdat de zoon-nummer2 sliep)

en de zoon-nummer-1: “mijn stem is krom” (hij is hees)

ik kan niet slapen want… deel 2

…. ik moet eerst mijn boek uitlezen maar ik kan nog ni lezen dus dat duurt nog lang

… ik ga straks een snottebel hebben

… mijn ogen knikkeren heel den tijd (knipperen)

… ik wil een piratentaart maken

… ja da gaat nu ni ik ben mijn kleren in mijn kast aant leggen

… die zijn eruit omdat ik ze eruit heb gehaald

… ik moet straks toch opstaan dus moek nu toch ni slapen das alleen maar om wakker te worden

kriss kross the sequel

“wil jij mijn broek vanachter eens dichtdoen” vraagt de dochter

ik ben met wat bezig en laat die woorden langzaam tot me doordringen en probeer zonder te kijken te bedenken wat er in godsnaam open kan zijn aan den achter kant van haar broek.

“Wil JIJ mijn broek vanachter TOEDOEN” herhaalt miss-geduld al op een luider toonje terwijl ze haar poep betty-boop gewijs naar achter zwiert.

ik bekijk  haar en zie dat ze haar ergens onder de baan heeft uitgekleed en haar broek omgekeerd heeft aangetrokken.

“je hebt je broek verkeerd aan” zeg ik “ze is achterstevoren” verduidelijk ik nog eens

“JAAH” zegt zij met een brede grijns

“zullen we ze recht aandoen” vraag ik

“NEEN!” roept zij “dit is veel cooler”

zo gezegd dus

“Mamaah” zegt de dochter tewijl ze zich tegen mij aanvleit “jij bent de liefste”

“is’t waar muis?” vraag ik toch wel een beetje geraakt

“ja want jij strijkt mijn kleertjes” en omdat de dochter nog nooit van enige al dan niet valse, bescheidenheid heeft gehoort verkodigt ze het gelijk verder “papa, mama is de liefste want zij strijkt mijn kleertjes”

en van de slag wou ik dak nóg een mand strijk had

 

Met wolken kan je niet trouwen. Aldus de zoon-nummer-1. die dingen zijn gewoon te hoog.

 

“ik wil niet dat er worstjes uit mijn knieën komen” burrelt de zoon-nummer-1. Terwijl mijn wenkbrauwen nog richting haargrens trekken vraagt mijn moeder “WATTE?”

“IEHIEK WIL NIEHIE DATEUR WORSTJEUHS UIHUIT MIJN KNIIIIIIJE KOHOMEN” herhaalt de zoon iets duidelijker “jij hebt dat gezegd” meldt hij er nog even beschuldigend achteraan met een blik op zijn oma.

Oma denkt even na en zegt dan “Geen Worstjes UIT  je knieën, Korstjes OP je knieën”

De zoon kijkt bedenkelijk naar zijn geschaafde knieën en is niet zo zeker of korstje op de knieen minder erg is als worstjes uit je knieen.

 

“Ik wil die tomaten ni die zijn ni lekker die zijn oud want  die zijn helemaal verrimpelt” aldus de zoon-nummer-1 over tomaten uit de oven

 

de kleine sexist

De zoon-nummer-1 is volledig voor het traditionele rolpatroon, of dat mag allessinds blijken uit een ‘afgeluisterd’ gesprek tussen zoon-nummer-1 en de dochter.

Pop ligt samen met haar fles in de zetel. Zoon-nummer-1 passeert en steekt de fles in Pop haar mond. Plots draait hij zich om en richt zich tot de dochter

“Als ik de papa ben wie ben jij dan?” vraagt hij bloedserieus

De dochter zit geheel tegen elk verbod in nonchalant op de tafel en antwoord lijk een echte “Ah ik ben de mama hé”

“ahja” zegt de zoon terwijl hij Pop aan haar lot overlaat “geeft gij ze dan maar eten ook hé, want gij zijt de mama en ik de papa”

“Jah” verzucht de dochter alsof ze al ettelijke slaaploze nachten achter de rug heeft

“kzal ik wel gaan werken” verzucht de zoon al even hopeloos

 

rollenpatroon/spel dus

meid

“doet ne keer da gras van mijn voeten” beveelt de zoon-nummer-1 aan de dochter

“ség!” moei ik mij geheel pedagogisch verantwoord “uw zus is u meid niet hé” want ik ben het lichtelijk beu dat hij haar voor alles gebruikt “draagt gij mijn jas es, geeft es mijn drinken, pakt es mijn watergeweer, duwt mij es op de schommel” als je hem niet zou inhouden  zo af en toe doet hij zo op zijn gemakske de hele dag door

“Jawél ze is mijn meid wél, ja hé Zus jij bent wél mijn meid hé”

“Neen ze is jouw meid niet” zeg ik

“NEEN IK BEN NIET JOU MEIT” brult de dochter subtiel als altijd en ze draait zich om naar mij en zegt

“ik ben jou meit hé mama”

ik zwéér het wij doen hier NIET aan kinderarbeid