Maandelijks archief: oktober 2010

de kakakonversaties

“MaMAAAAA! Papaaaaaa IK HEB KAKA GEDAAHAAAAN!” moest u er naast hebben kunnen horen de zoon-nummer-1 heeft een grote boodschap gedaan.

mét commentaar: “WOW zo ne grote kaka seg amaai! Mamaaa komnekeerkijken tis precies ne worm.” Dat we eigenlijk net aan tafel zitten weerhoud de zoon-nummer-1 duidelijk niet ons van enige plastische commentaar te voorzien. “Allé mama kom nu kijken tis ne worm ZO NEN DIKKE WORM seg”.

ik probeer nog even te doen alsof er helemaal niets is gebeurt maar dat is zonder de faeces-kunstenaar van dienst gerekend.

“toehoe mama, ik heb een dikke bruine worm gekakat en amaai die stinkt wel een beetje hoor”

ja hallo smakelijk ik probeer hem te overtuigen verder te eten maar de kleine is ferm onder den indruk van zijn eigen kunne dus ga ik maar even zijn drukkunsten bewonderen “Ja amaai seg flink hoor” probeer ik met zoveel mogelijk enthousiasme uit te brengen.

De man waarschijnlijk genoeg hebbend van de smakelijke conversatie besluit de zoon-nummer-1’s nieuwste prestatie richting waterzuiveringsstation te zenden.

De dochter nieuwsgierig aagje heeft ondertussen ook al de eettafel verlaten en verkondigt vrolijk aan iedereen die het (niet) wil horen “toben kaka daan in de speelkamer hé” waarom ze ijverig op zoek gaat naar het onderwerp van de voorbije commotie. “Waar is de kaka nu?” gaat de conversatie vrolijk verder

“papa heeft hem verstopt hé” zegt de zoon-nummer-1 niet zonder enige trots “jaaah? Waaaar?” wil zijn zus weten nog steeds zoekend weten. “ja da weet ik niet hé, verstopt” antwoord de zoon-nummer-1 “waarom?” haalt de dochter de pieren verder uit de neus “omdat ik de mooiste kaka maak hé” overdrijft de zoon-nummer-1 “jahé” bevestigd de dochter met de nodige zustertrots.

voor ik de rest van de conversatie ook nog meekrijg ruim ik de tafel af  nu ik al minutenlang naar het eindproduct heb moeten luisteren vind ik de grondstoffen minder appetijtelijk

en voor wie nog aan tafel moet gaan smakelijk

Advertenties

Van spraakverwarringen en misverstanden

‘Mama ik wil lange haren hebben’ laat zoon-nummer-1 droogjes weten tijdens het avondmaal.

‘Waarom?’ vraag ik , mezelf tegelijkertijd afvragend of hij toch niet een klein beetje te jong is voor zulke anarchistische gedachten.

‘Omdat ik lange haren hebben wil’ krijg ik als antwoord. Ja daarmee raken we dus geen stap vooruit.

‘Ja dat heb ik wel begrepen maar WAAROM wil jij lange haren hebben’

‘lange haren zoals zus’ verduidelijkt hij

‘Jahaaa… maar zus is een meisje en meisjes hebben lang haar en jongens hebben kort haar’ ga ik kort door de bocht over tot lichtelijk seksistische antwoorden.

‘Maar ik wil lange haren hebben zodat de wormen mijn haren niet opeten’ krijg ik eindelijk ter “verduidelijking”

‘Eingh???’ doe ik zoals regelmatig behoorlijk intelligent.

De zoon, mijn verstandelijk-nihil zijnde antwoorden reeds gewoon articuleert zijn antwoord nog eens ‘OM-DAT de WOR-MEN mijn HAAA-REN niet zouden OP-ETEN’

het word mij nu helemaal duidelijk (not)

‘jama waarom zouden de wormen jou haren opeten en waarom moet je daarvoor lang haar hebben’

‘omdat wormen haarden eten en lang haar is teveel want de wormen zijn klein’

een briefje van om en bij de 500€ dwarrelt langzaam naar beneden:

van de week waren we bloembollen aan planten, we kwamen pieren tegen (ook gekend als (h)aa[r]dwormen). De zoon-nummer-1 nieuwsgierig als altijd wou er vanalles over weten oa ook ‘en wa eten die dan??’  ‘aarde jongen die eten aar(d)en’

articuleren Teugels, AR TI CU LEREN en dan hebde volgende keer geen zoon-nummer-1 die lange haren wilt om de wormen te slim af te zijn

Van jongentjes en van meisjes (en van hoogdringende biologieles)

We vertrekken net aan ’t school als ik de zoon-nummer-1 op de achterbank hoor zeggen “papa is een jongen hé?”

“ja hoor papa is een jongen” antwoord ik

“en jij bent geen jongen” zegt de zoon-nummer-1 tegen e dochter “neen” zeg ik “zus is een meisje net als mama”

“jij bent een meisje, mama zegt da” klinkt er betweterig richting dochter op de achterbank gevolgd door “en meisjes zijn stóm”

omdat ik door het stadsverkeer moet laveren in volle spits kan ik niet direct mijn Moeiende-Moeder-Mond openen, gelukkig maar want de zoon-nummer-1 stelt onmiddellijk de dochter gerust:

“maar das toch ni zo erg hoor” zegt hij troostend “later als jij groot bent, lijk ik, dan krijg jij ook een tunnel, lijk ik, en dan ben je geen meisje meer en ook ni stom, goed hé”

‘jaah he’ klinkt het dwepend van de dochter haar kant helemaal niet beseffend dat haar broer haar zonet beledigd heeft en al helemaal in haar nopjes omdat ze later zoon-nummer-1 zal worden, blijkbaar.

goed iemand vrijwilliger om een paar kinderharten te komen breken?

Van in schande vallen en verdoken trots

Het is niet dat de dochter geen “kleine” volwassenen gewent is, per slot van rekening is haar oma niet bepaald reusachtig en haar meter is ook al niet van de grootste, daarom was het des te vreemder haar vrolijk en wel te horen schetteren (met wijzend vingertje en al) “KINDJE! KIIIIINDJEEEEEUUUUH!!!!”. U weet wel zo een moment waarop je zonder blikken of blozen een ander karretje zou nemen en doen alsof dat niet zo wel opgevoed kindje helemaal niet bij jou hoort.

Later aan de kassa zegt een ons onbekende mevrouw “daaahaag meisje” tegen de dochter die zich half afwent en iets ombestemts bromt. “Oooh ze is verlegen” kirt de vrouw “en is dat hier jouw zusje” kirt ze vrolijk verder zich over de zoon-nummer-2 buigend.

“NI DOEN” schalt er door de winkel alsof iemand de intercom gebruikt en aan een volume dat ons zonder pardon van de zoon-nummer-2’s meter een boete zou opleveren “NI DOEN, LIJNE AFBLIJVE, NI DOEN IK U ZEG AF BLIJ VE” dat laatste woordje nog een toontje hoger, terwijl ik vrees dat ze de immer vrolijke dame naar de keel gaat vliegen

“Oeie” kirt de dame nog steeds vrolijk, terwijl ik denk, mens bolaf gemaakt haar vanstreek da ziede toch “ze ziet haar zusje graag hé”

“tis een broertje” licht ik licht gepikeerd toe en verander van kassarij

immens blij dat ik mijn kar toch niet stiekem had omgewisseld

mijn kleine leeuwin

pretparkperikelen

Niets vermoedend kom ik uit de eetkamer. Aan de deur wordt ik tegengehouden door een streng kijkende zoon-nummer-1 en een vrolijk kwebbelende dochter.

“Dus, jij gaat naar plopsaland gaan ja hé, dan moet ik jou naam opschrijven” en bloedserieus opent hij zijn grabbelpasboekje neemt een potlood en “schrijft” er iets in.

“Zo” zegt hij nog steeds streng kijkend “ga maar naar binnen”en hij wijst de weg “en eerst op de paardemolen hé!” roept hij mij na.

ik kijk over mijn schouder om zeker te zijn dat ik wel de juiste weg opga “jaja” knikt hij “de paardenmolen” waarop ik paardenmolengewijs rond de zoon-nummer-2 zijn speelmat draai. 3/4 rondje later word ik er door de strenge pretparkmeester echter al weer afgebonjourd “ga nu maar een beetje op de Mega-Toby-autootjes rijden” commandeerd hij “en opletten voor de andere auto’s hé. En ook niet boksen” laat hij nog weten. Ik ben echter zo in de wolken et mijn autoritje dat ik pardoes tegen de zoon-nummer-2 zijn park rijd.

“ja kom” foetert de zoon-nummer-2 “gaat gij maar een beetje op de plopbootjes zitten.

3 bootlengtes verder, geen idee wat ik nu fout gedaan heb word ik door de parkwachter onherroepelijk buitengebonjourd. “Gaat maar terug naar de keuken hoor” zegt hij op een toontje van daar kunde u eigen tenminste ni verongelukken “en brengt wa cake mee hé” roept hij me na

plopsa-living het ware nog eens een idee

ambetand

De zoon-nummer-2 is bezig met tand-nummer-3.

En mijn kleine held, mijn knuffeldiertje, mijn lachebekje mijn oeziewoeziepoezewoelie is er niet goed van.

Rode kaken, kwijlen en vooral brullen brullen en nog eens brullen tegelijkertijd zijn kleine lijfje alle kanten opzwierend  alsof hij probeert te ontsnappen aan de pijn. En hoe kwader hij wordt hoe meer last hij heeft van netelroos, dat dan ook nog eens

tand-nummer-3 komt er nl niet zonder slag of stoot door

tand-nummer-3 is, om het zo maar eens te zeggen, ferm ambeTand

Liefste Vicky R. uit Merelbeke

je bent er wel in geslaagd de discuties weer hoog op te laten laaien. Vooral de moraalridders kruipen massaal in hun pen om mee te delen dat wat jij gedaan hebt echt niet kan.

Een buitenbeentje noemt een broer jou. Eentje die doet waar ze zin in heeft, eentje die in tegenstelling tot de rest van onze familie het niet ver heeft geschopt, maar waar mogelijk hielpen we haar wel. Kortom het zwarte schaap  van de familie. Maar wel graag gezien zo precies.

Ze loog wat bij elkaar schrijven de kranten over jou. niet zo fijn om over jezelf te lezen dezer dagen lijkt mij zo.

Maar je hebt waarschijnlijk wel andere zorgen aan je hoofd dezer dagen, dan dat wat God en klein pierke over jou denkt. Je moet toch wel wanhopig zijn geweest hé Vicky R. uit Merelbeke? Wat heb je gedacht toen je die ondergrondse parking inreed hoeveel pijn deed je hart toen je de Maxi-Cosi tussen 2 auto’s achterliet?

Vicky R. uit Merelbeke Wat je gedaan hebt is misschien niet bepaald legaal en misschien ook niet volledig moreel juist

maar GODVERDOMME VICKY R. uit Merelbeke ik ben kweenie hoe content dat er stond “gezond vondelingske gevonden” en niet “lijk pasgeboorne achtergelaten”. Gij zult het al moeilijk genoeg hebben op dit moment en weinig behoeft aan vingerwijzerij laten we dus met zijn allen hopen dat, dat wat jij hebt willen bereiken met je daden ten volle uitkomt: een mooie toekomst voor je dochtertje.